Populisme.html

 
ca de en es fr it nl no pl pt ru ro fi sv tr vo


 

Voor de populistische drogreden, zie Argumentum ad populum.
Politieke ideologieën
Dit artikel is een deel van

de reeks over politiek

Ideologie
Anarchisme
Christendemocratie
Communisme
Communitarisme
Conservatisme
Fascisme
Feminisme
Islamisme
Liberalisme
Libertarisme
Nationalisme
Nationaalsocialisme
Sociaaldemocratie
Sociaalliberalisme
Socialisme
Portaal politiek

Populisme is eerder een politieke stijl dan een ideologie. Het is een discours waar het volk centraal staat; een communicatiewijze die door eender welke ideologische stroming gebruikt kan worden om haar boodschap over te brengen. Ze gaat uit van de onderdrukking van de bevolking door een elite die de staat beheerst, en wil aldus naar een samenleving waar het volk de staat beheert en de staat zo geen instrument van onderdrukking meer kan zijn. Hierbij refereert ze constant aan de economische en sociale status van de "gewone man".

Het is moeilijk een sluitende definitie te geven van populisme. Ook wetenschappers als Ghita Ionescu en Ernest Gellner[1], Margaret Canovan[2] en Paul Taggart[3] kunnen niet met een goede definitie komen. Wel kunnen er kenmerken worden gegeven.

Gevestigde politieke partijen hebben soms de neiging nieuwkomers als populistisch te bestempelen. Op hun beurt echter zijn die gevestigde partijen echter ook begonnen als gevolg van stemmen uit "het volk".

Inhoud

bewerk Geschiedenis

Populisme als term werd reeds eerder gebruikt voor groepen als de narodniki in Rusland en The people's party in de VS. Deze waren eerder agrarisch georiënteerd.

Bijzonder veel leiders uit de geschiedenis van Latijns-Amerika worden als populistisch gezien. Het populisme in Latijns-Amerika kende zijn hoogtepunt tussen de jaren '30 en '50, toen in tal van landen populistische leiders opkwamen wier regering een sterk persoonlijke inslag had. Vaak probeerden zij hun land op corporatistische wijze te smeden. Voorbeelden zijn Juan Perón in Argentinië, Getúlio Vargas in Brazilië, Lázaro Cárdenas in Mexico, Carlos Ibáñez del Campo in Chili, Manuel Odría in Peru en Arnulfo Arías in Panama.

Het modern populisme kwam op in de jaren '80. Door de groeiende gepercipieerde afstand tussen het volk en de politiek grepen de nieuwe partijen naar het volk als referentie voor het beleid. Voortaan beweerden zij uit naam van de bevolking te spreken, hun wil te kennen en deze (zoals de bedoeling is van een democratie) te willen verwezenlijken.

bewerk Kenmerken

Politicologen kennen de volgende kenmerken toe aan populistische politici[4]:

  1. afkeer van het partijestablishment;
  2. het volk staat op een voetstuk en naar haar wil wordt constant gerefereerd;
  3. charismatisch leiderschap;
  4. er wordt een beroep gedaan op eenheid en vaderlandsliefde.

In de literatuur worden ook verschillende andere kenmerken toegekend. Zo beweert Cas Mudde[5] dat populisme een ideologie is, die uitgaat van een samenleving die te verdelen valt in twee homogene, tegenovergestelde groepen: de zuivere mensen tegenover de corrupte elite. De populist zou beweren de wil van de zuivere mens in haar strijd tegen de corrupte elite te vertegenwoordigen. Een ongebruikelijk element in deze kenmerken is dat Mudde het als een politieke ideologie in plaats van een politieke stijl erkent.

Taggart[6] noemt drie kenmerken. Ten eerste zet populisme zich af tegen representatieve politiek. Het heeft een afkeer van gevestigde partijen en gevestigde politieke agenda's en gebruiken. Dit is gelijk aan Ten Hoovens eerste punt. Ten tweede maakt populisme gebruik van wat Taggart de heartland noemt: een fictief gebied, dat wordt bewoond door ‘het volk’ (overigens genoemd naar het werkelijk bestaande American Heartland, de centrale regio van de Verenigde Staten die beschouwd worden als het productieve gebied van de Amerikaanse natie). Dit volk is een homogene groep mensen die hard werken, oprecht en moralistisch zijn, en die zouden lijden onder het leiderschap van de elite. Normaal zijn deze mensen niet politiek actief, maar ze worden gemobiliseerd door de populist. Tot slot is populisme een ideologie zonder kernwaarden. Populistische stijl en retoriek kan op alle posities binnen het politieke landschap worden ingezet.

Het populisme is in alles het tegengestelde van het elitarisme. De eigenschappen die een elite kenmerken, zoals een hoge mate van politieke invloed, lidmaatschap binnen machtige klieken (de zogenaamde incrowd), een hoge mate van academische kwalificatie, een hoge mate van intelligentie, een hoge mate van beroepsmatige ervaring en het houden van bepaalde esthetische waardeoordelen kenmerken het populisme juist niet. Veeleer zal het omgekeerde van die eigenschappen gelden voor een (ware) populist.

bewerk Discussie

Zoals eerder gezegd zijn de hierboven aangehaalde kenmerken zeker niet aanvaard door iedereen. In de wetenschap bestaat er dan ook een felle discussie over wat populisme nu juist is. Enkele alternatieve omschrijvingen/correcties/aanvullingen:

  • Velen zien populisme meer als het constant veranderen van de partijstandpunten naargelang de publieke opinie verandert.
  • In Nederland wordt ook een losse partijorganisatie als kenmerk gezien (zoals bij de Lijst Pim Fortuyn (LPF)). België kent een gelijkaardig voorbeeld met de Lijst Dedecker.
  • Er kan ook een onderscheid gemaakt worden tussen links en rechts populisme al naargelang dit discours gebruikt wordt door een linkse of rechtse partij, persoon of organisatie. Zo worden zowel de Nederlandse SP als de LPF vooral door tegenstanders als populistisch bestempeld.
  • Ook Geert Wilders en zijn partij de Partij voor de Vrijheid (PVV) worden vaak als populistisch gezien.

bewerk Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
  1. ^ Ionescu, G. en Gellner, E. (1970). Populism: Its meaning and national characteristics. Londen: Weidenfeld and Nicolson.
  2. ^ “[O]ne of the most confusing words in the vocabulary of political science.” Canovan, M. (1981). Populism. London: Junction Books. Pagina 301.
  3. ^ “[A] search for the perfect fit for populism is both illusory and unsatisfying and will not lead to a happy ending.” Taggart, P. (2000). Populism. Buckingham [etc]: Open University Press. Pagina 2.
  4. ^ Hooven, Marcel ten (2006). Een dubbelhartige partij. Vrij Nederland, 20 mei 2006, pp. 28-31.
  5. ^ Mudde, Cas (2004). The Populist Zeitgeist. Government and opposition, 39(4).
  6. ^ Taggart, P. (2000). Populism. Buckingham [etc]: Open University Press.
All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog.